Istanbul

Plaatsen > Istanbul

Istanbul werd in de 7e eeuw voor Christus gesticht op een plaats waar de handel over de bosporus goed kon worden beheerst. Volgens een legende ging de Griekse kolonist Byzas op expeditie om voor de over bevolkte stad Athene een nieuwe kolonie te stichten op de Europese oever van de Bosporus. Deze kolonie groeide uit tot een stad staat, en werd door de bevolking Byzantion genoemd.

Byzantion moest lange tijd vechten voor zelfstandigheid. In 64 voor Christus werd de stad als Byzantium opgenomen in het Romeinse rijk. In 324 na Christus werd Constantijn de grote alleen heerser van het Romeinse rijk. Hij verplaatste de hoofdstad van Rome naar Byzantium. Eerst wilde hij naar Troje maar hij werd door zijn adviseurs er op gewezen dat de stad Byzantium veel beter te verdedigen was en dat de stad er geografisch beter lag voor de handel. De stad werd officieel nieuw Rome genoemd maar werd bekend als Constantinopel. In de 6e eeuw groeide de stad uit tot een levendige stad. In deze tijd werd ook de haghia sophia gebouwd. Ongeveer 1000 jaar lang was Constantinopel de rijkste stad van de christelijke wereld. Dit was ook te zien aan het hippodroom en de haghia sophia en het grote paleis dat Constantijn liet bouwen. Even na 1260 vestigden de Genuezen zich op de overzijde van de Gouden Hoorn, in Galata. Rond die tijd telde de stad ongeveer 400.000 inwoners maar de bevolkings dichtheid van de stad was zo klein dat er zelfs ruimte was om akkers binnen de stads muren te hebben.

Constantinopel bereikte zijn grootste bloei onder Justinianus I (527-565). De stad was het administratieve, religieuze, culturele en commerciële centrum van het Romeinse rijk. Constantinopel was van de 7de tot de 11de eeuw belangrijk op de wereldmarkt en stapelplaats voor oriëntaalse producten. Daarnaast was het ook een zeer sterke vesting. Belegerd door onder andere Perzen, door Arabieren, Bulgaren en Russen, bezweek de stad pas voor het eerst onder de verwoestende stormloop van de vierde Kruistocht (1204), maar werd in 1261 heroverd; Constantinopel zou daarna echter niet in zijn vroegere glans terugkeren. Uiteindelijk werd Constantinopel ten slotte een buit voor de Osmaanse Turken. Twee maal eerder hadden ze tevergeefs geprobeerd zich meester van de stad te maken, toen eindelijk Mehmed II de stad op 29 mei 1453 veroverde. Dit betekende tegelijkertijd het einde van het Byzantijnse Rijk. De sultan verlegde zijn paleis gelijk van Adrianopel (Edirne) naar Constantinopel, dat vanaf toen de hoofdstad van het Osmaanse Rijk zou blijven. Kerken werden in moskeeën veranderd. De bevolking werd met Turkse en Slavische elementen aangevuld. De Grieks-orthodoxe Kerk bleef echter haar vrijheid behouden.

In de 19de eeuw was Constantinopel enige malen het toneel van bloedige gebeurtenissen. Tijdens de Griekse opstand werd een aantal vooraanstaande Griekse inwoners door fanatieke Turken vermoord. In 1826 werden naar schatting 15.000 Grieken op last van de sultan afgeslacht. Na de Turkse nederlaag in de Eerste Wereldoorlog werd de stad bezet door Britse, Franse en Italiaanse troepen (nov. 1918), die haar pas in okt. 1923 zouden ontruimen. Inmiddels was in 1922 het sultanaat afgeschaft en op 13 okt. 1923 hield Constantinopel officieel op hoofdstad van Turkije te zijn. De Turkse Republiek verving de oude naam Constantinopel officieel door Istanbul (een verbastering van het Griekse eis tèn polin = naar de stad), een naam die in de 17de eeuw bij de Turkse bevolking in gebruik was gekomen. Sinds 1932 is Istanbul de enig toegelaten naam.

Tegenwoordig is Istanbul even groot als de provincie Utrecht, en telt de stad evenveel inwoners als heel Nederland.

Bezienswaardigheden

Neve Shalom synagoge
De Neve Shalom synagoge is de grootste synagoge van Istanboel. Hij ligt in het district Beyoglu in de wijk Kuledibi. Hij is gebouwd in 1951, en in dat jaar begonnen er ook de diensten. Diverse malen zijn er bomaanslagen gepleegd bij deze synagoge.

Sergius- en Bacchuskerk, 527-536
De Sergius- en Bacchuskerk, waarvoor de opdracht tezelfdertijd door Justinianus en zijn gemalin gegeven is, behoort tot een type rond gebouw, zoals wij dat kennen van de eveneens door Justinianus gestichte San Vitale. De grote binnenruimte is een achthoek, waarvan de openingen door twee verdiepingen hoge dubbele zuilen zo versperd zijn dat wie in de binnenste ruimte staat, de omgang slechts ziet als het buitenste deel van de ruimte. In tegenstelling tot de San Vitale zijn alleen in de hoeken van de diagonalen ronde nissen aangebracht, zodat de ruimte een vierkant werd.

De vroegchristelijke graf- en doopkerken met een achthoekige ruimte binnen een omgang is hier gewijzigd in een ruimte die een eenheid vormt. Misschien moet men hierin de beslissende fase van de Justiniaanse architectuur zien; de overheersende omvatting door de koepel heeft de plaats ingenomen van een indeling door muren, en de indruk geschapen van een ruimte die alle delen van het gebouw beheerst. De Sergius en Bacchuskerk, de Aya Sophia en de San Vitale in Ravenna zijn de drie grote kerken die uitingen zijn van deze nieuwe bouwtrant.

Dolmabahce Paleis
Het Dolmabahce Paleis ontbreekt vaak in de georganiseerde reisprogramma’s.Als u op eigen gelegenheid in Istanbul bent is het paleis echter zeer de moeite waard.

ANTHEMIOS VAN TRALLES en ISIDOROS VAN MILETE, Aya Sophia, 532- (ingewijd) 537.
Na de verovering van Byzantium (1453) werd de basiliek door de Islam tot moskee veranderd. Thans is de Aya Sofia echter weer in zijn oorspronkelijke luister hersteld en tot staatsmonument verklaard. Het eigenlijke kerkgebouw is 77×72 meter, verdeeld in drie schepen (het middelste eindigt in een kleine apsis) en het geheel wordt overspannen door een 65 meter hoge koepel (middellijn 31 meter), die zonder cilindervormige onderbouw op pendentieven rust, gesteund door pijlers. De koepel is wat te laag in verhouding tot de diameter en heeft daardoor een gedrongen karakter. Hij rust op funderingen van 6,5 meter dik.

Aan de voor- en achterkant wordt de druk opgevangen door halfkoepels, die elk steunen op twee halfronde ruimten. (Summa)

De kerk is gebouwd met de duurste materialen vanuit het hele rijk (vaak uit oude heidense tempels, zoals de Artemistempel van Efeze en de Jupitertempel van Heliopolis). De koepel is met bijzonder lichte steen uit Rhodos gebouwd (1/12) en heeft 40 vensters aan de basis, waardoor hij een zwevend karakter krijgt. Hij steunt op vier pendentieven (ingestort in 558). Het geheel is een opeenvolging van sferische volumes waardoor je van binnenuit een lichte, elegante constructie krijgt. Het buitenzicht is eerder zwaar en massief.

De bouwers-architecten waren eerder geleerden dan architecten. Anthemios was een groot mathematicus en ingenieur. Isidorus was hoogleraar aan de universiteiten van Alexandrië en Constantinopel in de stereometrie en de fysica. Hun theoretische kennis hebben ze op briljante wijze toegepast op de meest gedurfde bouwonderneming van hun tijd. Het is één van die typische manieren waarop Justinianus zijn medewerkers koos, namelijk onder mensen waaraan niemand anders zou gedacht hebben. Zijn regering vertoont meer gelijkaardige staaltjes in het ontdekken van verhulde capaciteiten.

Hét kenmerk van alle grote architectuur is de afstemming van de functie, de schoonheid en de technische oplossingen op elkaar. In de Aya Sophia vormen ze een onontwarbare eenheid. De structurele oplossingen om de druk van die grote koepel op te vangen, zijn de basis van de functionele uitwerking van de ruimte en de symbolische uitstraling van het bouwwerk.

Wat het buitenzicht betreft moeten we allereerst de vier minaretten uit de Turkse tijd wegdenken. Het uitzicht wordt beheerst door zware bogen en muurdammen, wat de aanblik niet bijzonder verfraait. Doch hierbij moeten we ons realiseren dat de hoofdbekommernis de schepping van een inwendige ruimte was. Het exterieur was hieraan ondergeschikt. Op deze wijze zet de Aya Sophia de principes van de Romeinse bouwkunst verder, waarin de constructie juist een inwendige ruimte moest mogelijk maken. Ook de gigantische afmetingen van het bouwwerk komen rechtstreeks uit de Romeinse traditie. (Summa; Maes)

Toen keizer Justinianus in 532 de Nikè-opstand had onderdrukt, begon hij zijn hoofdstad Constantinopel zodanig te herbouwen dat hij zich de verwoestingen, die door de strijd ontstaan waren, te nutte maakte, zodat er een volkomen nieuw stadsbeeld ontstond. Voor de bouw van zijn kerken maakte hij vrijwel uitsluitend gebruikt van de in Syrië ontstane kruiskoepelkerk, die vanaf die tijd met talloze variaties aan de Byzantijnse architectuur ten grondslag zou liggen. Het invoeren van deze bouwtrant bracht een volkomen breken met de westerse traditie mee; men moet hierbij bovendien niet vergeten dat de twee architecten die Justinianus in dienst nam, uitstekend antiek geschoold waren. Anthemius van Tralles en Isidoor van Milete, die door Justinianus waren belast met de bouw van zijn hoofdkerk, de Aya Sophia, waren afkomstig uit Klein-Azië (Anatoli), waar de koepelbouw overheerst. Zij waren beiden wiskundigen en als zodanig beroemd. Zij slaagden erin voor de techniek van de koepel een oplossing te vinden die een leidraad werd voor de hele Byzantijnse architectuur. Niet alleen voor de grootte van het bouwwerk, maar ook door de mooie architectuur en volmaakte techniek volbrachten zij de opdracht van Justinianus ‘een gebouw te doen verrijzen dat sinds Adam zijns gelijke niet had en nooit zou hebben’.

De bijzondere prestatie van deze architecten schuilt daarin dat de reusachtige middelste koepel zo onmerkbaar en harmonisch in de overige ruimten overgaat dat de gehele kerk met alle onderdelen ervan tot één geheel geworden is met een machtige ruimtewerking. Procopius, die het leven en de daden van zijn keizer Justinianus beschreven heeft, zegt van deze koepel: “Hij schijnt niet te rusten op een vaste onderbouw, maar eerder met een gouden ketting aan de hemel te hangen en de ruimte te overkoepelen.” Volgens oude bronnen was de gehele kerk met mozaïeken versierd, waarvan wij ons heden nog slechts aan de hand van de San Vitale een voorstelling kunnen maken.

Het ontwerp van de kerk is een unieke combinatie van elementen: de kerk heeft de lengteas van een vroegchristelijke basiliek, maar het centrale gedeelte van het schip is een vierkant, bekroond door een grote koepel met aan weerskanten halve koepels, zodat het schip een machtig ovaal vormt. Met deze halve koepels corresponderen halfronde nissen met open zuilengangen, herinnerend aan die van de San Vitale; men zou dus kunnen zeggen dat de koepel van de Aya Sophia tussen de twee helften van een centraal aangelegde kerk is gevoegd. De koepel rust op vier bogen, die het gewicht ervan overbrengen naar de vier machtige pijlers op de hoeken van het vierkant, zodat de wanden onder de bogen helemaal geen schragende functie hebben. De overgang van het door de bogen gevormde vierkant naar de ronde koepelrand wordt verkregen door bolronde driehoeken, zgn. pendentieven, zodat het geheel een koepel op pendentieven wordt genoemd. Deze methode maakt het mogelijk hogere, lichtere en economischer geconstrueerde koepels te bouwen, dan volgens de oudere techniek (waarvan het Pantheon, de Sta. Constanza en de San Vitale voorbeelden zijn), die de koepel een ronde of veelhoekige basis geeft. Waar of wanneer de op pendentieven rustende koepel is uitgevonden, weten we niet. De Aya Sophia is het vroegste voorbeeld van deze methode op monumentale schaal, en dit moet wel een mijlpaal in de geschiedenis zijn geweest, want van nu af wordt de koepel op pendentieven een essentieel kenmerk van de Byzantijnse bouwkunst, terwijl men er wat later ook in het Westen gebruik van maakte.

Er is nog een element in het ontwerp van de Aya Sophia gevoegd. De plattegrond, het schragen van de hoofdpijlers en de grote schaal van het geheel herinneren aan de basiliek van Constantijn, de gedurfdste gewelvenconstructie van het keizerlijke Rome en het beroemdste monument geassocieerd met een heerser voor wie Justinianus een grote bewondering had. Zo verenigt de Aya Sophia Oost en West in een machtige synthese.

Badhuizen
Bezoek een hamam, ofwel een Turks badhuis. Het Cagaloglu Hamami uit de 18e eeuw is het mooiste en bekendste badhuis van Istanbul. Cultuur en ontspanning in één.

Pera Palas Hotel
Het is een erg leuk hotel om van binnen te zien en je kan je heel goed inleven in de oude sfeer. Een drankje in de bar in dit hotel Pera Palas is een aparte belevenis. Je kunt je de tijd van de Oriënt express hier goed voorstellen.
In Pera Palas Hotel is de kamer van Ataturk en de kamer van Agatha Christie nog te zien! In de kamer van Agatha Christie kan je ook overnachten.

Metro Istanbul
In de wijk Beyoglu (aan de overkant van de Gouden Hoorn van de Oude stad) kun je voor een paar centen meerijden in de Tünel, de enige metrolijn van Istanbul die nog dateert uit vervlogen nostalgische dagen toen Agatha Christie nog haar intrek nam in het Pera Palas Hotel. Een van de oudste metrolijnen ter wereld is de tunnel in de nieuwe wijk Taksim. De rit duurt maar een paar minuten, maar de sfeer is wel apart. Aan de andere kant van deze metro begint de Kalverstraat van Istanbul, de Istiklal Cadessi.

Miniaturk
In Miniaturk vindt u meer dan 150 bekende gebouwen van Turkije. U kunt het vergelijken met Maduradom in Nederland.

Valens Aquaduct
In de 4e eeuw na Chr. liet keizer Valens dit aquaduct bouwen als deel van een systeem waarin het paleis, en de fonteinen in de stad werden voorzien van water. Het water kwam vanuit de buurt van Belgrado bos en de bergen 200 km verderop en mondde uit in de cisterne (zie sulthanamet wijk). Het aquaduct voorzag de stad tot aan de 19e eeuw van water. tegen die tijd waren de kanalen al vervangen door lemen of metalen buizen. De lengte in de stad was ooit 1000m maar er is nu ongeveer 625 meter over.

Gouden hoorn
Deze rivier word vaak beschreven als de grootste natuurlijke haven van de wereld. De rivier zorgde er voor dat Constantinopel een rijke stad werd. De naam van het water komt voort uit een legende. Volgens deze legende gooide de osmanen er zoveel schatten in dat het water glinsterde van het goud. Vroeger lag deze rivier vol met boten maar tegenwoordig blijven de grote boten buiten de stad. Ondanks dat is de rivier toch erg bevuild. Vanaf de galata brug heb je een leuk uitzicht over de stad met een skyline vol met minaretten. Deze brug werd in 1992 gebouwd en heeft in het midden een opening voor grote schepen

Een bezoek aan lstanbul is niet compleet zonder een traditionele en onvergetelijke boottocht over de Bosporus, de slingerende zeestraat die Europa scheidt van Azîë.
Haar oevers vormen een verrassende mengeling van heden en verleden, grote pracht en simpele eenvoud. Moderne hotels staan naast yali’s (aan de oever grenzende houten villa’s), marmeren paleizen grenzen aan rustieke stenen forten en elegante wijken aan kleine vissersdorpen.

De beste manier om de Bosporus te zien, is door met een van de vele passagiersboten mee te reizen, die met grote regelmaat zigzaggend langs de oevers varen. U gaat aan boord in Eminönü en legt om beurten aan de Aziatische en Europese kant van de zeestraat aan. De vaartocht, die zeer aantrekkelijk geprijsd is, duurt ongeveer 6 uur. Indien u een privétoer wenst te maken, kunt u contact opnemen met een van de agenten die gespecialiseerd zijn in het organiseren van mini-cruises ’s nachts of overdag.

Tijdens uw reis passeert u het indrukwekkende Dolmabahçe-paleis, terwijl even verderop de groene parken en keizerlijke paviljoens van het Yildiz-paleis hun opwachting maken. Aan de rand van dit park, gelegen aan de oever, staat het Ciragan-paleis, dat nu als grand hotel gebruikt wordt. Het werd gerenoveerd in 1874 door sultan Abdülaziz en strekt zich over een lengte van 300 meter uit langs de oevers van de Bosporus, terwijl de sierlijk marmeren façade weerspiegeld wordt in het golvende water.

In Ortaköy, de volgende halte, verzamelen vele kunstenaars zich iedere zondag om hun werk aan de man te brengen. De verscheidenheid aan mensen schept een levendige atmosfeer; proef daarbij van wat de straatventers aanbieden. In Ortaköy vindt u een kerk, een moskee en een synagoge die gedurende honderden jaren naast elkaar hebben bestaan een waar eerbetoon aan het secularisme en de tolerantie van Turkije.

De Bosporus-brug overschaduwt Istanbuls traditionele architectuur en verbindt als een van de langste hangbruggen Europa met Azië.

Het indrukwekkende Beylerbeyi-paleis is gelegen direct na de brug aan de Aziatische zijde. Achter het paleis rijst de Çamlicaheuvel op, het hoogste punt van lstanbul. Van hieruit kunt u met de auto de heuvel oprijden om zowel te genieten van het mooie uitzicht als van de even bijzondere tuinarchitectuur. Aan de overzijde contrasteren de houten Osmaanse villas van Arnavutköy met de moderne luxueuze appartementen .van het aangrenzende Bebek. Een aantal kilometers verderop staan, tegenover elkaar als schildwachten van de stad, aan weerszijde van de zeestraat, de forten van Rumeli Hisari en Anadolu Hisari.

Het Göksu-paleis, soms beter bekend als het Küçüksu-paleis en gelegen naast het Anadolu Hisari, siert de Aziatische oever op. De tweede verbinding tussen beide continenten, de Fatih Sultan Mehmet-brug, overspant de waterweg direct na de twee forten.

Vanaf de Duatepe-heuvel, gelegen aan de Europese zijde, kunt u genieten van het mooie uitzicht op de brug en de Bosporus.

Aan de voet van Duatepe vormt het Emirgan-park een zee van kleuren wanneer in de lente de tulpen bloeien.
Aan de overzijde hiervan, aan de Aziatische kant, ligt Kanlica, een vissersdorp dat momenteel een favoriete buitenwijk is voor rijke inwoners van de stad. Velen verzamelen zich in de restaurants en cafés langs de oevers om de befaamde yoghurt te nuttigen.

Even na Kanlica en Çubuklu vindt u de Beykoz Korusu (Ibrahim Pasa-bos), een populaire recreatieplaats. In de cafés en restaurants kunt u genieten van mooie vergezichten en heldere frisse lucht.

Aan de Europese zijde, in de Tarabya Baai, lijken de jachten te dansen op hun ligplaatsen. De kustweg is een aaneenschakeling van cafés en visrestaurants, van Tarabya tot aan de bekoorlijke buitenwijken van Sariyer en Büyükdere. Sariyer staat onder meer bekend om de grootste vismarkt van lstanbul en heeft een uitstekende reputatie vanwege de grote variatie aan smaakvolle puddingen en böreks (deegproduct met geitenkaas) Even voorbij Sariyer, verwijdt de nauwe zeestraat zich en verdwijnt in de Zwarte Zee.

Boottocht naar de Prinseneilanden
Verlaat een middagje of de hele dag de drukke stad en neem een van de vele dagelijkse ferries naar de Prinseneilanden (de grootste is Büyükada) en je belandt in een vrijwel autovrij rustig gebied waar je heerlijk kunt wandelen en even rustig thee kunt drinken met uitzicht op de zee. Er worden ook excursies georganiseerd naar de eilanden maar je kunt er ook zelf heengaan met de genoemde ferries.

Besparingstips

  • Neem de gewone veerboot in plaats van de toeristische
    rondvaartdiensten.
  • Vraag de kleine, Turkse glaasjes thee (chai): anders krijg je
    een gewone westerse kop tegen een veel hoger tarief.
  • Vraag de taxichauffeur of hij de meter aanzet. Veel
    chauffeurs proberen toeristen tegen een vaste en veel te
    hoge ritprijs te vervoeren.
  • Eet in de snackbars zoals alle inwoners dat doen: de tientallen hapjes in de broodjeszaken (bufes) en cafes (kahvehanes) zijn van uitstekende kwaliteit. Ook de sesambroodjes (simits) die op straat worden verkocht zijn heerlijk.
  • De vissersboten bij de Galatabrug verkopen heerlijke versgebakken vis op brood.
  • Bezoek een gewoon Turks badhuis in plaats van een van de
    beroemde toeristenfuiken. De massage en sfeer zijn net zo
    goed en het scheelt je al snel de helft van de prijs.
  • Drink geen bier: dat is bovenmatig duur. Thee, koffie en
    raki zijn de lokale drankjes.
  • Ding af in de bazaar! De vraagprijs is altijd te hoog.