Economie

Thema’s > Economie

Turkije heeft een vrijemarkteconomie, waarin de particuliere sector overheerst. 

Door samenwerking met de EG, een planmatig ontwikkelingsbeleid en toenemende inkomsten uit gastarbeid werd vanaf 1965 jaarlijks een redelijke economische groei gerealiseerd. 

Na de coup van 1980 werd volgens IMF-recept een drastisch economisch herstructureringsprogramma doorgevoerd. Dit was gericht op het bevorderen van de export, het tegen gaan van de inflatie en bezuinigingen.

Verder wilde Turkije buitenlandse investeringen aanmoedigen. De overheidsuitgaven werden vooral gericht op investeringen in de infrastructuur (grote stuwdam- en wegenbouw) en het toerisme

Deze economische politiek leverde in het begin succes op: de export groeide, het tekort op de betalingsbalans liep terug en de inflatie daalde. Maar na 1985 namen inflatie en werkloosheid weer toe en daalde de koopkracht. 

De buitenlandse investeringen vielen tegen en de buitenlandse schuldenlast was opgelopen tot $ 65 miljard in 1994. Ook de grote bevolkingsexplosie had een negatief effect. Van de bevolking is ongeveer de helft werkzaam in de agrarische sector, waarvan de productiviteit niet erg hoog is. Ongeveer een kwart van de landbouwgrond is bebouwd met bossen, en 30% wordt gebruikt voor veeteelt, met name schapen en geiten.

Belangrijke producten zijn verder graan, katoen, druiven, olijven, tabak en hazelnoten. Ongeveer 20% van de beroepsbevolking werkt in industrie en mijnbouw. Een kwart van de totale export wordt verzorgd door textielfabrieken. Daarnaast heeft Turkije ook grote ijzer- en staalfabrieken en is er een groeiende auto-industrie. De dienstensector en het overheidsapparaat zijn naar verhouding erg omvangrijk. Veel inkomsten krijgt Turkije uit het toerisme en van gastarbeiders die vanuit het buitenland geld overmaken. In 1995 bezochten bijna acht miljoen toeristen Turkije.