Tarsus

Plaatsen > Tarsus

Tarsus is de geboortestad van Sint-Paulus en ook de ontmoetingsplaats tussen Antonius en Cleopatra.

Tarsus is een vrij arme stad. De kinderen proberen er iets bij te verdienen met het poetsen van schoenen. Wie iets weggeeft, kogelpennen of andere spullen, wordt al vlug achtervolgd door een grote schare kinderen. Voorbij Mersin komen we duidelijk in het Arabisch gedeelte van Turkije. 

Ondanks haar rijke geschiedenis is er in Tarsus vrijwel niets behouden gebleven, het straatniveau uit de tijd van de apostel Paulus ligt enkele meters beneden het huidige. Nog steeds de moeite waard van het bezichtigen zijn de Cleopatrapoort en de waterput van Sint-Paulus. In de buurt van de put is er op zondag markt. 

De Selale, de schitterende watervallen van de rivier de Cydnus, die vroeger dwars door de stad liep zijn het bekijken waard.  Ze mondde vroeger uit in het meer van Rhegma die een natuurlijke haven voor de stad vormde. De rivier is al eeuwen dichtgeslibd.

Een tweede bezienswaardigheid is de grote tempel in het oosten van de stad, waarvan grote delen nog overeind staan. Deze tempel had een oppervlakte van 108 bij 52 meter, telde 200 zuilen en is nog steeds zeer indrukwekkend. In de volksmond heette de tempel ‘graf van Sardanápal’ en de Turkse naam is Donuktas. 

Sardanápal was de god der levensgenieters. In het midden van de tempel die aan hem gewijd was, stond vroeger een grote zuil met de woorden “Drinkt, eet, geniet Al het andere is niets”. 

Verscholen achter het huidige postkantoor ligt een grote Byzantijnse kerk uit de 9e eeuw. De muren staan nog overeind en zelfs het dak is nog intact. Het werd in de vorige eeuw nog gebruikt als opslagplaats. Vroeger moeten hier vele duizenden christenen gedoopt zijn. Het is niet ondenkbaar dat in dit kerkgebouw het kerkelijk concilie van 1177 is gehouden.

Door het Taurusgebergte
Even ten noorden van Tarsus, vlak bij het dorpje Gülek, ligt een beroemde bergpas die reeds in prehistorische tijd is uitgehakt. De Romeinen hebben de doorgang verbreed en er een poort met wachtposten gebouwd. Daarom kreeg deze pas de naam Cilicische Poort. De weg over de pas sloot aan op de handelswegen uit het Oosten naar Efeze. De Perzische koning Xerxes is over deze bergpas getrokken naar het Westen en Alexander de Grote ging in omgekeerde richting. Ook de kruisvaarders maakten gebruik van deze pas toen ze op weg waren naar Jeruzalem

Als je de stad Tarsus aan de noordzijde verlaat, bemerk je dat de weg na tien kilometer steeds smaller en steiler wordt. De temperatuur begint flink te dalen. Berghellingen verdwijnen in diepe afgronden.! Alle karavaanwegen uit het oosten lopen over deze pas. In de verte ziet u een witte sneeuwvlakte glinsteren in het felle zonlicht.